donderdag 11 maart 2010
   
Columns
   

 

 

Column Mark Kranenburg

Geachte informateur, geachte heer Wijffels,

Het begin van uw werkzaamheden is zondermeer origineel te noemen. Niet aan het Binnenhof, maar ver weg van Den Haag in een setting waarbij men elkaar niet alleen maar aan de vergadertafel treft. Ver weg ook van de Haagse journalistiek waar elk woord plotseling zijn eigen onvoorspelbare dynamiek kan krijgen. Ver weg tenslotte ook van de eigen politieke entourage die niet kan nalaten advies op advies voor hun onderhandelaars te stapelen.
Wat dat laatste betreft: is het wellicht een idee bij de volgende ‘buiten Binnenhof-sessie’ een verbod uit te vaardigen op het meebrengen van mobiele telefoons en blackberries die nu nog pontificaal uitgestald lagen voor uw gesprekspartners, zoals op de foto’s uit Beetsterzwaag viel te zien. Want met wie praat men daar nu eigenlijk? Met elkaar of toch met de buitenwereld? Leerlingen op school wordt op straffe van in beslagname gezegd hun mobiel uit te schakelen. Hoeft dit niet te gelden voor de mensen die geacht worden de basis te leggen voor een regeerprogramma? Misschien helpt het als u zegt dat de echt machtigen het zonder zo’n apparaat kunnen stellen. Daar hebben ze namelijk hun medewerkers voor. Ooit Chirac, Blair of Barroso met een mobiel gezien?

Maar dit is slechts een opmerking terzijde. De werkelijke reden voor mijn schrijven is de wijze waarop u straks verslag doet van uw werkzaamheden. U moet toch met me eens zijn dat zo’n formatie een vreemde figuur is in ons staatsrechtelijk systeem. Eerst een verkiezingscampagne waar iedereen elkaar dagelijks in de volle openbaarheid de maat neemt, dan verkiezingen waarbij de kiezers hun oordeel geven en vervolgens kabinetsformatie achter gesloten deuren waarbij dezelfde kiezers maar moeten afwachten wat er uiteindelijk uit de bus komt. Of anders gezegd: om te zien wat er van hun stem is overgebleven.

Natuurlijk, ik ken het weerwoord: in een coalitiestelsel kan het nu eenmaal niet anders. En misschien is dat ook wel een beetje zo. U hoort mij dan ook niet zeggen dat de besprekingen in de volle openbaarheid moeten plaatsvinden. Maar bent u het niet met mij eens dat gedwongen beslotenheid tijdens het formatieproces maximale openbaarheid achteraf rechtvaardigt? En daar zit nu juist het probleem. Het is geheel aan u en uw tafelgenoten te bepalen wat er straks over de onderhandelingen wordt medegedeeld.

Is het werkelijk teveel gevraagd dat u na afloop van uw werkzaamheden – of de formatie nu wel of niet geslaagd is - alle relevante stukken die tijdens de onderhandelingen zijn gebruikt, openbaart? Opdat niet alleen de per definitie subjectieve commentaren van de onderhandelaars het beeld bepalen maar ook de stukken zelf. Tijdens de kabinetsformatie van 2003 heeft mijn krant hier tevergeefs om gevraagd. Ook een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur had geen zin. Omdat, zo oordeelde de rechter, de informateur daar niet onder valt.

Het lijkt mij dat u als informateur zelf geheel vrij bent te bepalen wat u doet met de stukken die tijdens uw werkzaamheden zijn geproduceerd. Vandaar mijn verzoek aan u. Beperkt u zich zodra u klaar bent met uw werkzaamheden niet tot een verslag. Breng alle berekeningen, deelstudies, Planbureaunotities, fractieamendementen etc in de openbaarheid. Zowel de verslaggevers van nu als de geschiedschrijvers zullen u daarvoor erkentelijk zijn.

Met vriendelijke groet,

Mark Kranenburg

Mark Kranenburg is sinds 2004 correspondent voor NRC Handelsblad in Brussel. Daarvoor was hij lange tijd voor dezelfde krant politiek redacteur in Den Haag.