donderdag 11 maart 2010
   
Columns
   

 

 

Mijn eerste keer

Iedere formatie is weer anders en toch ook vaak weer hetzelfde. Hoe meer je er meemaakt, hoe leuker het wordt. Stiekem vind ik formaties veel leuker dan het regeren wat daar tussendoor gebeurt. Het is de hogeschool van de politiek. Het slimme schaken, waarbij het dossier de politiek dient. In het dagelijkse bestuur is dat doorgaans juist andersom. Bij de formatie staat alles wat politiek is voorop. Heerlijk!
De eerste formatie die ik meemaakte van dichtbij was na de verkiezingen van 1977. Ik was toen parlementair verslaggever van het NOS-Journaal. Het was de langste formatie in de geschiedenis. Hij duurde van mei tot december en eindigde met de beëdiging van het kabinet Van Agt-Wiegel. Ed van Thijn heeft er een dagboek over gepubliceerd en dat is geen dun pamfletje. Er gebeurde van alles.
Ja, politiek dus. Beleidsmatig stond de trein stil. Kamervoorzitter Anne Vondeling weigerde zelfs nog te vergaderen na de Algemene Beschouwingen met het demissionaire kabinet-Den Uyl. In de wandelgangen trof je, behalve het kamerpersoneel, alleen onderhandelaars en journalisten aan. Maar die waren er wel dag en nacht. In de Uyliaanse jaren hield de politiek niet op in de schemering. Dan leefde iedereen pas op en na middernacht kwam er pas echt leven in. Ik heb nogal wat keren met collega’s in de vroege morgen eieren staan bakken in de keuken van Nieuwspoort, dat toen nog een bruin café was vlakbij waar nu de griffie zetelt. In de zogenaamde tussenkamer van Nieuwspoort werd dag en nacht getafeltennist. Dubbeltjes van Den Uyl en Lubbers tegen Terlouw en Van Thijn. Peter Liefhebber van de Telegraaf werd kampioen van het Binnenhof.
Maar dus vooral veel politiek. De parlementaire pers werd om de paar dagen bijgepraat door RVD-baas Gijs van der Wiel. Dat waren langdurige bespiegelingen in de Opkamer van Nieuwspoort, in een dichte walm van sigarenrook want aan rookloze ruimtes werd toen nog niet gedaan. Het formatieteam van de elkaar afwisselende informateurs en formateurs bestond uit de jonge en ijverige AZ-ambtenaren R.J.Hoekstra en H. Tjeenk Willink. Ze zouden het later nog ver brengen.
Zoals gezegd, de Tweede Kamer vergaderde niet en er waren dus ook geen gooi-en-smijtdebatten zoals tegenwoordig. Kamerleden zaten vooral in warmer oorden. Soms, als er een akkoord dreigde en fracties moesten vergaderen dan zag je wat ongewoon gebruind spul onwennig door de gangen lopen met hier en daar een bleke onderhandelaar.
Uiteindelijk kwam er toch een kabinet. Dat komt er altijd. Natuurlijk, er was gespeculeerd over nieuwe verkiezingen. Over een zakenkabinet of minderheidsvarianten. Ook al die bespiegelingen zijn er altijd. Maar er kwam een gewoon meerderheidskabinet. Met een regeerakkoord dat eerst gediend had als blauwdruk voor het tweede kabinet-Den Uyl, maar dat door van Agt en Wiegel in grote lijnen was overgenomen. “Daarna doen we het in een la, en kijken we er nooit meer naar”, verklaarde Hans Wiegel zijn soepele opstelling. Hij had gelijk. Het papieren product van maandenlang regeren was een telefoonboek vol letters geworden, door de linkervleugel van het CDA nog eens behangen met ruim honderd amendementen. Maar de politieke uitkomst was dat de PvdA in de oppositie verdween en de VVD achter de regeringstafel plaats nam. Een kabinetsformatie is politiek, het gaat niet om lettertjes. Die dienen in die fase hoogstens om politiek mee te bedrijven. Onderhandelaars die dat begrijpen winnen de formatie.


Hans Hillen


 

 

Als hoofdgerecht: Een krachtige mainportstrategie op smaak gebracht met ?Pieken in de Delta? op een bedje afgeroomde bureaucratie.

 

Uit de menukaart voor het regeerakkoord van Deltalinqs, belangenbehartiger van bedrijven en industrie in de Mainport Rotterdam.