|
Mijn eerste keer
Iedere formatie is weer anders en toch ook vaak weer hetzelfde. Hoe meer
je er meemaakt, hoe leuker het wordt. Stiekem vind ik formaties veel leuker
dan het regeren wat daar tussendoor gebeurt. Het is de hogeschool van
de politiek. Het slimme schaken, waarbij het dossier de politiek dient.
In het dagelijkse bestuur is dat doorgaans juist andersom. Bij de formatie
staat alles wat politiek is voorop. Heerlijk!
De eerste formatie die ik meemaakte van dichtbij was na de verkiezingen
van 1977. Ik was toen parlementair verslaggever van het NOS-Journaal.
Het was de langste formatie in de geschiedenis. Hij duurde van mei tot
december en eindigde met de beëdiging van het kabinet Van Agt-Wiegel.
Ed van Thijn heeft er een dagboek over gepubliceerd en dat is geen dun
pamfletje. Er gebeurde van alles.
Ja, politiek dus. Beleidsmatig stond de trein stil. Kamervoorzitter
Anne Vondeling weigerde zelfs nog te vergaderen na de Algemene Beschouwingen
met het demissionaire kabinet-Den Uyl. In de wandelgangen trof je, behalve
het kamerpersoneel, alleen onderhandelaars en journalisten aan. Maar die
waren er wel dag en nacht. In de Uyliaanse jaren hield de politiek niet
op in de schemering. Dan leefde iedereen pas op en na middernacht kwam
er pas echt leven in. Ik heb nogal wat keren met collega’s in de
vroege morgen eieren staan bakken in de keuken van Nieuwspoort, dat toen
nog een bruin café was vlakbij waar nu de griffie zetelt. In de
zogenaamde tussenkamer van Nieuwspoort werd dag en nacht getafeltennist.
Dubbeltjes van Den Uyl en Lubbers tegen Terlouw en Van Thijn. Peter Liefhebber
van de Telegraaf werd kampioen van het Binnenhof.
Maar dus vooral veel politiek. De parlementaire pers werd om
de paar dagen bijgepraat door RVD-baas Gijs van der Wiel. Dat waren langdurige
bespiegelingen in de Opkamer van Nieuwspoort, in een dichte walm van sigarenrook
want aan rookloze ruimtes werd toen nog niet gedaan. Het formatieteam
van de elkaar afwisselende informateurs en formateurs bestond uit de jonge
en ijverige AZ-ambtenaren R.J.Hoekstra en H. Tjeenk Willink. Ze zouden
het later nog ver brengen.
Zoals gezegd, de Tweede Kamer vergaderde niet en er waren dus
ook geen gooi-en-smijtdebatten zoals tegenwoordig. Kamerleden zaten vooral
in warmer oorden. Soms, als er een akkoord dreigde en fracties moesten
vergaderen dan zag je wat ongewoon gebruind spul onwennig door de gangen
lopen met hier en daar een bleke onderhandelaar.
Uiteindelijk kwam er toch een kabinet. Dat komt er altijd. Natuurlijk,
er was gespeculeerd over nieuwe verkiezingen. Over een zakenkabinet of
minderheidsvarianten. Ook al die bespiegelingen zijn er altijd. Maar er
kwam een gewoon meerderheidskabinet. Met een regeerakkoord dat eerst gediend
had als blauwdruk voor het tweede kabinet-Den Uyl, maar dat door van Agt
en Wiegel in grote lijnen was overgenomen. “Daarna doen we het in
een la, en kijken we er nooit meer naar”, verklaarde Hans Wiegel
zijn soepele opstelling. Hij had gelijk. Het papieren product van maandenlang
regeren was een telefoonboek vol letters geworden, door de linkervleugel
van het CDA nog eens behangen met ruim honderd amendementen. Maar de politieke
uitkomst was dat de PvdA in de oppositie verdween en de VVD achter de
regeringstafel plaats nam. Een kabinetsformatie is politiek, het gaat
niet om lettertjes. Die dienen in die fase hoogstens om politiek mee te
bedrijven. Onderhandelaars die dat begrijpen winnen de formatie.
Hans Hillen
|