|
De Trèveszaal en de mis van Hendrik IV
Minuten na de beëidinging van de nieuwe Kamerleden stelde Wouter
Bos een onderwerp aan de orde waarvan hij als geen ander weet hoe brisant
het is. De fractieleider van de PvdA, gebutst door de smadelijke nederlaag
van zijn partij bij de Kamerverkiezingen, wilde met een spoeddebat over
het ‘generaal pardon’ markeren dat er sinds 22 november een
wind van solidariteit in de Tweede Kamer waait. En dat de coalitiepartijen
in het parlement hun meerderheid kwijt zijn.
Nieuwe tijden, nieuwe verhoudingen.
De felicitatiebloemen lagen nog op hun bankjes en hun trotse
familieleden – ouders, partners, kinderen – keken toe vanaf
de publieke tribune toen de nieuwbakken Kamerleden in hun allereerste
parlementaire vergadering moesten stemmen over de motie tegen het asielbeleid
van minister Verdonk (Vreemdelingenbeleid, VVD). De motie werd met de
kleinst mogelijke meerderheid aangenomen: 75 stemmen voor en 74 tegen.
Kamerleden van links roffelden triomfantelijk en vielen elkaar
emotioneel in de armen, die van de coalitiepartijen telden
zwijgend hun knopen.
De politieke fallout van deze uiting van progressieve
correctheid is groter dan de vermoedelijk symbolische betekenis voor
de uitgeprocedeerde asielzoekers van deze Kameruitspraak.
Want hier tekende
zich de nieuwe
politieke verhoudingen af die in Nederland gelden sinds de
parlementsverkiezingen. Verhoudingen die hun schaduw vooruit
werpen op de vorming van een nieuw
kabinet.
De kiezers hebben een historische verschuiving in de Kamer
teweeg gebracht. De ‘gekleurde muisjes-coalitie’ van PvdA,
SP, GroenLinks, ChristenUnie, D66 en Partij voor de Dieren heeft een
absolute meerderheid
en kan daarmee, in theorie, alle besluiten van de afgelopen
jaren terugdraaien. Net als met de stemming over het generaal pardon.
Niet eerder was er een politieke partij ter linkerzijde van
de PvdA in de Kamer met zoveel zetels als de SP van Jan Marijnissen.
De Communistische
Partij Nederland (CPN) haalde 10 zetels na de Tweede Wereldoorlog
(toen de Kamer uit 100 vertegenwoordigers bestond) en bereikte
een grootste omvang van 7 zetels op de golven van de maatschappelijke
onrust
in 1972.
De SP, een partij die het marxisme weliswaar heeft afgezworen
maar de ideologie van de ‘massalijn’ van het Chinese maoisme
(politiek werk verrichten in buurten, bedrijven en lokale groepen)
nooit heeft losgelaten,
heeft nu met 25 zetels ruim drie keer zo veel parlementaire
vertegenwoordigers. Ze zijn gepokt en gemazeld in het buiten-parlementaire
activisme van de
SP.
De PvdA, met zijn wortels in de parlementaire traditie van
de sociaal-democratie en voortgekomen uit een ideologische
breuk met de marxisten
binnen de partij in 1909, had tijdens de verkiezingscampagne
radicaal afstand van de SP moeten nemen. Daar waren voldoende
aanknopingspunten voor: op het gebied van Europese politiek,
internationale vredeshandhaving,
belastingverzwaring voor het bedrijfsleven, prikkels voor
de arbeidsmarkt
en marktordeningsbeleid. Op deze en talloze andere terreinen
vertolkt de PvdA een ander standpunt dan de SP. Maar nu daarvan
bewust is afgezien,
is de partij van Wouter Bos gevangen in een stroming waarin
de PvdA naar links wordt gezogen. Dat geeft de overwinning
van de SP alleen maar meer
glans. De PvdA haalt hiermee geen stemmen bij de SP weg,
maar is de gegijzelde van de lokroep van Marijnissen geworden.
Het gevolg is dat er op de eerste dag van de nieuwe Tweede
Kamer een welhaast prerevolutionaire sfeer van agitatie
in het parlement hing.
De haast van Bos om als eerste het spoeddebat over de uitgeprocedeerde
asielzoekers aan te vragen, was symptomatisch. Het ‘linkse blok’ ging
de bakens na vier jaar ‘neo-liberaal’ beleid verzetten.
Het was de triomf van de SP en de PvdA blies dapper mee om vooral
niet de
indruk te wekken achter te blijven.
Maar hoe linkser en socialer de PvdA zich opstelt, des
te moeilijker zal het worden de inhoudelijke en cultureel-politieke
kloof met het CDA te overbruggen tijdens de (in)formatiebesprekingen.
En dat
brengt de tekortkomingen
van deze strategie aan het licht. Het kan eindigen een
in échec.
Eén blik op het SP-programma is voldoende om te zien hoe groot
de kloof is met de hoofdstroom van de Nederlandse politiek. De SP wil
belastingverhogingen voor het bedrijfsleven, inkomensnivellering voor
burgers, hogere en langere uitkeringen. De partij is voor terugdraaiing
van privatiseringen, tegen marktwerking en voor het herstel van de collectieve
sector. Zelfs met een aftreksel hiervan zal het CDA nooit akkoord gaan
en ook voor de PvdA wordt dat slikken.
Tenzij… Tenzij Jan Marijnissen er werkelijk alles aan gelegen is
om in de regering te komen. Nu kan het, hij bevindt zich op het toppunt
van zijn populariteit, hij heeft de goodwill van de media en de SP heeft
een omvang bereikt die niet eenvoudig te evenaren valt. Met andere woorden:
het adagium van de (protestantse) Franse Koning Hendrik IV uit 1593 indachtig
(‘Paris vaut bien une messe’) kan Jan Marijnissen besluiten
dat een zetel in de Trèveszaal hem ‘best een mis waard is’.
Roel Janssen
Roel Janssen is redacteur van NRC Handelsblad en thrillerschrijver
|